Skip to main content

Document

Arbrb. Antwerpen, 7 november 2013, onuitg., AR 12/6868/A

Waar art. 3.1, a) t.e.m. d) Verordening (EEG) nr. 3921/91 van de Raad van 16 december 1991 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers worden toegelaten tot binnenlands goederen- en personenvervoer over de binnenwateren in een Lid-Staat waar zij niet gevestigd zijn, bepaalt welke regelgeving van toepassing is van de lidstaat van ontvangst, volgt hieruit dat de arbeidsvoorwaarden, met uitzondering van de vaartijd- en rusttijden, niet onder deze limitatieve opsomming vallen.

Bijgevolg zijn de arbeidsvoorwaarden van de Lidstaat van ontvangst, in casu België, niet van toepassing doch wel van de Lidstaat waar de onderneming haar zetel heeft.

Uit art. 20 EVO-verdrag kan worden afgeleid dat dit verdrag moet worden aangezien als de lex generalis die moet wijken ten opzichte van de specifieke bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3921/91.

Gerelateerde documenten