Skip to main content

Document

ECLI:NL:RBROT:2016:9878

Van aanhaking van de eigenaar van de duwbak bij het door de duwboot gestelde fonds kan geen sprake zijn. Voor beperking van haar aansprakelijkheid zal de eigenaar van de duwbak eveneens een beperkingsfonds dienen te stellen. Voor de vraag of de duwbak zich kan beperken naar de maatstaven van CLNI of Londens Beperkingsverdrag (LBV, LLMC) moet als eerste gekeken worden naar de definitie van de CLNI. Volgens art. 1 CLNI voldoet een duwbak aan het criterium schip, evenals volgens het maritieme LBV. Nu beide Verdragen evenwel geen houvast bieden voor het onderscheid tussen zee- of binnenschip, dient te worden teruggevallen op het nationale recht. Volgens art. 8:3 lid 1 BW zijn binnenschepen schepen die als zodanig zijn geregistreerd alsmede nietgeregistreerde schepen die blijkens hun constructie niet uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee bestemd zijn. Nu de duwbak weliswaar tot drijven in zee geschikt, maar daartoe bij oplevering in 1952 niet in hoofdzaak bestemd is, dient het fonds aan de hand van art. 6 lid 1 CLNI te worden gesteld.