Document
Hof Antwerpen, 24 april 2017, onuitg., 2015/AR/2417
Een schadeberekening in abstracto, volgens het KB wettelijk liggeld, staat er niet aan in de weg dat de schadelijder zijn schade in concreto aantoont en het recht heeft deze te vorderen. Het staat een rechtbank vrij om af te wijken van dit KB, er bestaat immers geen wettelijk verplichting die een schadelijder ervan zou weerhouden zijn schade in concreto te begroten. In die zin kan het KB overliggelden als een minimum worden beschouwd in de mate dat de schadelijder niet in de mogelijkheid zou zijn zijn schade te bewijzen dan wel dat de rechtbank op basis van de aangebrachte stukken niet tot een in concreto schadebedrag dan wel over onvoldoende elementen beschikt om een ex aequo et bono schadebegroting te maken.
Het verlies van een kans om een bepaald voordeel te verwerven (in casu ingezet te worden in uitvoering van de bevrachtingovereenkomst) dient als vergoedbare schade in aanmerking te worden genomen. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, dient de verloren kans reëel te zijn. De omvang (hoegrootheid) van de kans is niet zozeer van belang om het recht op een schadevergoeding te bewijzen, doch wel om de omvang (hoegrootheid) van de schadevergoeding te beoordelen.