Skip to main content

Document

Kh. Antwerpen, 5De Kamer, 17 mei 1990, onuitg., AR 7066/89

Het feit dat er ernstige vermoedens zijn dat een aanvaring heeft plaatsgevonden, volstaat niet om een vordering tot schadevergoeding gegrond te verklaren. De schadelijder dient een fout in hoofde van de andere partij aan te tonen, alsook het oorzakelijk verband tussen de geleden schade en die fout.