Document
Corr.Rb. Antw., AC5 Kamer, 29 juni 2018, onuitg.
Om de toepasselijke wetgeving te bepalen, moet men nagaan met welk land het bemanningslid een “kennelijk nauwere band heeft” of naar de “plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht.”
Nu op basis van de gegevens 27% van de vaarten gedeeltelijk blijken uitgevoerd te zijn in België en slechts 12% van de vaarten geheel in België, kan de rechtbank niet vaststellen dat het bemanningslid “gewoonlijk” zijn arbeid in België heeft verricht.
Bovendien dient vastgesteld dat de betrokkene reeds geruime tijd woonachtig is in Frankrijk, zodat een “kennelijk nauwere band” met België niet voorligt.