Skip to main content

Document

Hof Antwerpen, 4de Kamer, 15 mei 2006, onuitg., 2005/AR/273

Wanneer een schip groen licht heeft en toelating van de brugwachter tot doorvaart, mag het er in beginsel op vertrouwen dat de doorgang vrij is en is het plaatsen van een uitkijk in deze concrete omstandigheden niet vereist.
De brugwachter begaat een fout door toelating te geven aan een schip een gevaarlijke positie in te nemen, i.h.b. aanmeren op een plaats waar in principe een meerverbod geldt, uitgezonder om drinkwater af te tappen) en het sein op groen te zetten, zonder het schip dat doorvaart krijgt op enige wijze te informeren van het aangemeerd schip. Hierdoor komt de brugwachter tekort aan de algemene informatieplicht die erop gericht moet zijn de veiligheid in alle omstandigheden te verzekeren.
Echter ook het doorvarende schip begaat een fout door niet voldoende zijn stuurboordwal te houden, net zoals het aangemeerd schip door een gevaarsituatie te creëren, door zich deels voor de bruggeul te leggen. Dat het aangemeerd schip toelating had om aldaar drinkwater te tappen, ontslaat de schipper van dat schip er niet van zich ervan te vergewissen dat die ligplaats voor zijn vaartuig geschikt en veilig is  en evenmin om de scheepvaart en/of de brugwachter te verwittigen van zijn aanmeerpositie.
Voor de forfaitaire berekening van de inkomstenderving kan worden afgeweken, wanneer beide schadelijdende vaartuigen deze berekenen op dezelfde andere basis en deze derhalve aanvaarden. Voor het bekomen van inkomstenderving is niet vereist dat de schadelijder het bewijst levert van effectief geleden inkomstenverlies.