Document
Kh. Hasselt, 25 september 2013, onuitg., AR 12/2541
Waar in de rechtspraak werd aanvaard dat de bedragen van het KB op de overliggelden als een minimumvergoeding gold, waarbij aan de schadelijder vrij stond om te bewijzen dat de werkelijk geleden schade groter is, dient t.a.v. de bedragen opgenomen in het K.B. van 2011 terughoudendheid in acht genomen te worden, nu door dit KB de eerdere bedragen aanzienlijk werden verhoogd. De schadeverwekker is dan ook gerechtigd aan te tonen dat de onrechtmatige daad tot minder schade aanleiding heeft gegeven dan de bedragen van het betreffend KB.
Een vrij getrouwe begroting van de inkomstenderving kan volgens de rechtbank plaatsvinden aan de hand van een redelijke referentieperiode voor en na het schadegeval. Deze periode mag niet te lang zijn vermits de binnenvaart een sector is waarvan de marktomstandigheden op korte termijn kunnen wijzigen. Een periode van vier maanden voor het schadegeval en een periode van vier maanden vanaf de ingebruikneming van het schip na herstelling komt als het meest betrouwbaar voor.