Document
Antwerpen, 21 mei 2012, 2008/AR/2077 en 2009/AR/1950, onuitg.
Het vraagstuk van de aansprakelijkheid ingeval van een aanvaring tussen een binnenschip en een zeeschip wordt geregeld door het Aanvaringsverdrag 23.09.2010. De voor aanvaringen ingestelde aansprakelijkheid tussen de betrokken schepen is een aansprakelijkheid die berust op de eigendom van het schuldige schip. De scheepseigenaar is aansprakelijk wegens zijn eigendomsrecht over het aan de aanvaring schuldige schip. Het verdrag zou worden omzeild indien op grond van nationale gemeenrechtelijke bepalingen iemand anders zou moeten instaan voor de vergoeding van de schade dan de eigenaar van het schuldige schip. Het aanspreken van een “aansteller van de kapitein” die niet tegelijk de hoedanigheid van eigenaar van het schip heeft, houdt een niet met het Verdrag verenigbare verruiming in van de aansprakelijkheidsregeling zoals die geldt in de verhouding tussen twee bij de aanvaring betrokken schepen die varen onder de vlag van twee verdragsstaten.
Een scheepsmanager of rederijagent die geen eigenaar/reder is van het “schuldige zeeschip” kan niet worden aangesproken om de schade van een binnenschip te vergoeden die voortvloeit uit een door het Aanvaringsverdrag beheerste aanvaring. De mogelijkheid om deze aan te spreken is helemaal niet door het Aanvaringsverdrag voorzien.