Document
Hof Gent, 6 december 2021, onuitg. 2019/AR/1769
Artikel 7 van het Aanvaringsverdrag 1910 bepaalt dat alle rechtsvorderingen tot vergoeding van door aanvaring veroorzaakte schade verjaart twee jaren na de gebeurtenis. Uit art. 12 van het Aanvaringsverdrag blijkt dat de bepalingen ervan (waaronder dus het voormeld artikel 7 inzake de verjaringstermijn) niet enkel van toepassing zijn op aanvaringen waarbij schepen van de verdragsluitende staten zijn betrokken, maar ook op alle andere gevallen die door de nationale wetgever worden omschreven. De Belgische wetgever heeft hiervan toepassing gemaakt door in artikel 270 (oude) Zeewet de verjaringstermijn in het algemeen vast te stellen op twee jaar.
Derhalve blijkt dat artikel 270 (oude) Zeewet (zijnde een internationale norm), dat krachtens artikel 278 (oude) Zeewet ook van toepassing verklaard werd op een aanvaring tussen binnenschepen, primeert op interne Belgische wetgeving en dus ook op hetgeen bepaald is in artikel 26 V.T.Sv.
Het feit dat de aanvaring op zich krachtens artikel 1 van het Aanvaringsverdrag is uitgesloten van het toepassingsgebied ervan, is in het licht van voorgaande motieven irrelevant.