Skip to main content

Document

Ond.Rb. Gent, afd. Gent, 17 oktober 2019, onuitg., A/18/01401

Ter begroting van de schade veroorzaakt door de niet beschikbaarheid van een binnenschip, bij gebrek aan concrete gegevens omtrent de werkelijke schade, kan toepassing gemaakt worden van het reglementair forfait dat van toepassing is op de overligdagen in de binnenscheepvaart. Dit maakt een schadebegroting in abstracto uit, waarbij een analoge toepassing wordt gemaakt van de berekeningswijze van het KB van 19 juni 2011 betreffend de ligtijd en het bedrag van de overliggelden op het gebied van de binnenbevrachting. De in het KB opgenomen bedragen zijn een adequate en billijke manier om de verletschade in hoofde van de eigenaar van een binnenschip te ramen.
Het teruggrijpen naar een schadebegroting in abstracto laat echter wel het recht van iedere partij onverlet om aan te tonen dat de werkelijke schade groter of kleiner is (Vansweevelt, T., en Weyts, B., Handboek buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, po. 691, nr. 1085; Dirix, E., Abstracte en concrete schade, RW, 2000-2001, p. 1335; Stevens, F., Stilligschade in de binnenvaart, IHT, 2016, afl. 3? 367-374).
De schadeverwekker heeft derhalve de vrijheid om te bewijzen dat de werkelijke schade minder bedraagt dan de bedragen met toepassing van het KB, of dat de in het KB bepaalde bedragen de werkelijk geleden schade niet noodzakelijk op de meest adequate wijze benaderen.

Gerelateerde documenten