Skip to main content

Document

Arbeidshof Gent, afdeling Gent, 2 november 2018, onuitg., 2017/AG/226

Gezien bij het gebruik van ingehuurd personeel de meest kenmerkende prestatie in de overeenkomst tot uitleen van het personeel, het gebruik van de terbeschikkinggestelde werknemers is en dit gebruik plaatsvond aan boord van een binnenschip waarvan de exploitant zijn domicilie in België had, moet het land waar volgens het Rijnvaartcertificaat de zetel is gevestigd van de persoon die het binnenschip exploiteert, beschouwd worden als het land waarmee de activiteit het nauwst verbonden is en dient de wetgeving van dit land dan ook beschouwd te worden als de wetgeving waarmee die activiteit het nauwst verbonden is.
In het licht daarvan dient tevens geconcludeerd dat de niet in België gevestigd afloscentrale en de Belgische gebruiker gebonden waren door het in artikel 31, § 1 van de wet van 24 juli 1987 vervatte verbod op het ter beschikkingstellen van werknemers.