Document
ECLI:NL:GHSGR:2011:1135
Voor de uitleg van de bevrachter als beperkingsgerechtigde in de zin van art. 1 lid 2 CLNI moet rekening gehouden worden met art. 1 lid 2 van het Londens Beperkingsverdrag, waaraan het CLNI grotendeels is ontleend. Anders dan naar Nederlands recht, waar tijd- en reisbevrachting gekoppeld is aan het vervoer aan boord van een schip (en derhalve reis- of tijdbevrachting van louter een duwboot niet mogelijk is), behoort naar art. 1 CLNI de romp-, reis- en tijdbevrachter tot de kring van beperkingsgerechtigden t.a.v. het gehele schip (de duweenheid). Er is geen grond voor het onderscheid tussen hoofd- en onderbevrachter. De duwbak en duwboot zijn als duweenheid ter beschikking gesteld, zodat de bevrachters hun aansprakelijkheid zich tevens met het voor de duwboot gestelde fonds kunnen beperken.